Duimen

Deze heeft het dus goed gedaan.

Deze heeft het dus goed gedaan.

Duimen //

Na bijna een maand in Buenos Aires te hebben verbleven was het tijd om verder te reizen. Er zijn een hoop toeristische attracties die ik niet heb meegekregen. Ik heb nooit een ‘Free Walkingtour!’ gedaan, zoals ze werden aangeprezen in het hostel. Geen zin in. En als ik het na vier weken nog niet heb gedaan is de kans klein dat het ooit nog gebeurt. Bovendien ben ik van mening dat je een stad beter leert kennen door een smerige bak koffie te drinken in een twijfelachtige tent op een twijfelachtige straathoek.

Op naar Uruguay dus, ware het niet dat ik een slechte dag koos om de veerpont naar Colonia te nemen; dat is doorgaans de snelste route van Argentinië naar Uruguay. Normaal gesproken had ik om zeven uur ’s avonds de boot kunnen nemen, alleen was hij er niet wegens een storm. Ik verdeed mijn tijd met een groepje Uruguayaanse vrouwen die in Buenos Aires naar een yogaconventie waren gegaan en een Argentijnse jongen van mijn leeftijd. Een ADHD-type die, om zichzelf enigszins verdraagzaam te maken voor zichzelf en zijn omgeving, veel wiet rookte. Hij had een gitaar bij en ik een bas dus we maakten muziek tot de mensen van de reisorganisatie ons kwamen vragen of we alsjeblieft, alsjeblieft, onze bekken wilden houden. Ik zag de onbegrip en frustratie in de jongen zijn ogen. De yogavrouwen maanden hem tot rust.

De pont kwam aan om één uur ’s nachts. Het was een zware overtocht. Ik ben niet iemand die snel zee- of wagenziek wordt, maar ik had het moeilijk. De storm in de lucht was misschien gaan liggen, die in het water was nog in volle gang, zo erg dat de kapitein aanvankelijk weigerde opnieuw de rivier op te gaan. Onder druk van de reisorganisatie ging hij alsnog. De pont klapte op de golven, alsof we in een trein met vierkante wielen zaten. Er werden aan de lopende band plastic zakjes uitgedeeld, ze gingen voornamelijk naar een vrouw. Mensen stonden om haar heen, zich vastklampend aan stoelen, met foldertjes in haar gezicht de waaien.

Om drie uur ’s ochtends kwamen we aan in Colonia, een toeristisch plaatsje aan de kust van Uruguay. Ik had natuurlijk geen hostel geboekt dus liep twee Australiërs achterna die dat ook niet hadden gedaan, maar die tenminste een idee hadden van waar er een hostel moest zijn. Na tien minuten lopen kwamen we aan bij onze bestemming, er waren nog drie bedden over.

De volgende dag besloot ik naar Montevideo te liften. Ik liep Colonia uit hopend dat iemand mijn vriendelijke glimlach zou vertrouwen en me een lift zou gunnen. Na een uur of twee, drie lopen langs de weg richting Montevideo, begon ik spijt te krijgen van mijn beslissing. In mijn comfortabele wandelschoenen begonnen mijn voeten blaren te ontwikkelen, mijn backpack leek steeds zwaarder te worden en de auto’s leken steeds sneller voorbij te rijden. Ik ging op een vangrail zitten om mijn voeten, heupen en schouders wat rust te gunnen en een slok water te nemen toen Omar stopte. Hij reed in een klein blauw autootjes uit 1971 en zei dat hij me maar tien kilometer verder kon brengen, maar ik was blij dat iemand eindelijk stopte en nam het aanbod aan. Ik kon in die uren niet veel verder gelopen hebben dan tien kilometer. Zijn portier hield hij dicht met een stuk ijzerdraad dat aan zijn autostoel gebonden was. Hij woonde met zijn gezin een klein stukje buiten Colonia op een boerderij. ‘Een klein stukje’, dacht ik, ‘wacht maar tot je het moet lopen.’

Uitzicht_vh_hostel

Zicht vanuit het hostel

Een paar ritten later bevond ik me opnieuw langs een vergelijkbaar stuk snelweg, lopend richting een tankstation dat nog niet in zicht was toen een witte caddy stopte. De man die erin zat was dierenarts, een kale, met een praktijk in Colonia en Montevideo. Hij zette me af in het centrum van Montevideo. Ik was nog nooit zo blij geweest een plek te bereiken, ondanks dat het zo troosteloos was. Misschien kwam dat doordat ik uit Buenos Aires kwam. Ik bleef hoe dan ook maar een nacht. Die avond keek ik met een aantal Amerikanen, Duitsers en Australiërs de film Step Brothers, wat de beste film is die ik ooit heb gezien.

De volgende dag regende het maar ik was niettemin vastbesloten naar Punta del Diablo te liften. Helaas, na een uur naar het einde van de stad te hebben gelopen, en meerdere uren in de regen te hebben gestaan besloot ik het erbij te laten zitten. Gefrustreerd en nat nam ik de eerste bus terug de stad in. Rond een uur of zes zette de bus me af bij het busstation en om zeven uur zat ik in de bus naar mijn beoogde bestemming. Hoewel de busritten tot de weinige zaken behoren die goedkoop zijn in dit land, zag ik ietwat weemoedig het Uruguayaanse landschap passeren achter de ramen. Ik zat in mijn aquarium, met de gedachte ‘daar had ik kunnen staan ‘duimen”.

 Om twaalf uur ’s nachts stapte ik uit in een donker stranddorpje en het was droog. Ik liep naar het strand, ademde ze zachte nachtlucht in en maakte een juichbeweging. Ik overwoog mijn matje en slaapzak uit te leggen om te gaan slapen, maar besloot door het wisselvallige weer toch een hostel te zoeken. Een juiste beslissing want de volgende morgen goot het van de regen. Later op de dag ging de zon echter schijnen, en is daar niet meer mee opgehouden.

Ik zit hier nog altijd. De lucht is blauw, het zeewater heeft een uitstekende temperatuur en stringbikini’s zijn hier onder het vrouwelijk publiek min of meer de norm. Er lopen overal honden rond waarvan niemand echt de eigenaar blijkt te zijn. Wat dat betreft lijkt het net een openluchtkraakpand. Ik blijf hier nog een tijdje om te onthaasten, voor ik me in de kolkende waanzin van Sao Paulo stort.

Oh ja! Een van de mannen die me een lift gaf was Francisco Sánchez, gitarist en zanger. Ik heb beloofd hem beroemd proberen te maken in Nederland, dus luister hieronder zijn muziek!

 

Vorige posts:

Aankomst //
Wij kleuren //